Lessen in techniek – ankeren op open water

27 december 2019

De eerste lessen over zeiltechnieken, dat kan natuurlijk ook op het droge! Daarom zijn in Roerblad #7 gestart met een nieuwe rubriek, waarin we je vertellen over handelingen die je straks kunnen helpen met het zeilen nog voordat je in boot gestapt bent. Deze keer kijken we naar ankeren op open water, zodat je je zeilboot stil kunt leggen en op je gemak in het frisse water kunt duiken.

Ankeren wordt over het algemeen gebruikt voor twee doelen. Allereerst is ankeren natuurlijk bedoeld om je boot voor een lange pauze of voor een overnachting rustig vast te leggen. Vaak wordt een boot dan onder de hogerwal voor anker gelegd. Daarnaast is ankeren een zeer veilige manier om de lagerwal te benaderen. Zeker bij zwaar weer, als het water flink golft, is het niet goed voor een boot om deze vast te leggen aan de lagerwal. Met het anker kun je de boot dan op een veilige afstand neerleggen, zodat je nog wel op de wal kunt komen, maar zonder dat het schip die wal raakt. Daarnaast wordt het anker ook gebruikt in noodsituaties, bijvoorbeeld bij plotselinge motorpech of wanneer een zeil of schoot scheurt of knapt. Maar dat komt allemaal later wel, voor nu kijken we naar de gemakkelijkste manier van voor anker gaan – op open water.

Stap 1: schip en bemanning zijn klaar om voor anker te gaan

Om voor anker te kunnen gaan is het allereerst van belang dat schip en bemanning klaar zijn om voor anker te gaan. Erg belangrijk daarbij is het klaarleggen van het anker en de ankerlijn, want op het moment dat het schip zijn ‘ankerpunt’ (daar komen we zo op terug) bereikt, moet het anker zonder vertraging of haperen te water kunnen worden gelaten.

Het anker moet goed in elkaar zijn gezet. Dat wijst zich vanzelf: let er vooral op dat alle borgpennetjes goed vast zijn gezet, zodat het anker zich goed in de bodem kan grijpen. Zonder die borgpennetjes klapt het anker namelijk weer in, en dan werkt het een stuk minder goed. Doe dit overigens wel op een dweil of mat, dan trekt het anker geen krassen in de kuipvloer. Vervolgens moet de ankerlijn goed zijn klaargelegd, voldoende uit elkaar gehaald om het anker snel te laten zakken.

Stap 2: kies je locatie en zorg dat de boot voldoende stilligt

Voordat je voor anker gaat, moet je goed bepalen wáár het (het zogenaamde ankerpunt waar we het al over hadden) en de boot komen te liggen. Om het anker vervolgens te kunnen laten zakken, moet de boot stilliggen of in de deins zijn, anders vaar je je anker immers voorbij. Daarom stuur je de boot op je ankerpunt in de wind.

Om de boot in de deins te laten komen is het handig om de fok in te rollen. Dit hoeft niet per se, maar deinzen met de fok uitgerold is lastiger omdat de (klapperende) fok het schip de neiging geeft af te vallen. Met de fok uitgerold deinzen betekent dat de fok heel erg goed bediend moet worden om het schip in de wind te houden. Zodra het schip stilligt, kan het anker worden uitgebracht, maar even wachten tot het schip in de deins gaat is natuurlijk ook mogelijk.

Voordat het anker vervolgens over boord gaat, moet eerst de ankerboei buiten boord worden gebracht, om te voorkomen dat het anker na het uitbrengen aan de boei en de boeireep (het touwtje van de boei naar het anker, ook wel neuringlijn genoemd) aan het schip blijft hangen. Hierna wordt het anker uitgebracht.

In principe zou het anker het best zo ver mogelijk naar voren worden uitgebracht, want hoe verder naar voren het anker ligt, des te beter houdt het anker de boeg van het schip in de wind. Het is alleen veiliger om het anker vanuit de kuip achter het want uit te brengen. In de kuip omdat dat de ankergast het meeste houvast geeft (het voordek is glad en vaak natter) en achter het want omdat daar het gangboord het smalst is. Dat scheelt tilwerk, want een anker is een zwaar ding. Het uitbrengen moet gecontroleerd gebeuren (dus niet zomaar uitgooien, maar beheerst laten zakken). De ankerketting moet in ieder geval vrij van het boord worden gehouden, zodat het boord niet wordt beschadigd.

Stap 3: Ankerlijn ‘steken’ en checken of het anker krabt

Vanaf het moment dat het anker op de bodem ligt, moet de ankerlijn meegevierd worden. Zeker bij harde wind kunnen de krachten op de ankerlijn groot zijn.  Je kan de ankerlijn het beste vieren tussen de voorstag en de klamp op het voordek door vanuit de kuip. Het vieren van de ankerlijn moet af en toe onderbroken worden. Door de ankerlijn vast te houden wordt er aan het anker getrokken, waardoor het anker zich ingraaft. Dit wordt het steken van het anker genoemd. Bovendien geeft zo’n moment van vasthouden de schipper en de ankergast de kans om te checken of het anker houdt.

Houdt het anker, dan kan de ankerlijn op de gewenste lengte worden vastgelegd. Die lengte hangt af van de situatie. Als het hard waait, zullen er meer golven zijn. Om de beweging van de golven goed op te vangen, moet de ankerlijn vrij ruim gevierd zijn. Bij minder wind zal minder ankerlijn nodig zijn. Kortom: hoe meer wind, hoe langer de ankerlijn gevierd moet worden. Dan kun je daarna ‘vieren’ dat je boot veilig stilligt door lekker in het water te duiken!

Copyright 2020 Pean |
Ontwikkeld door Convident