Wat hebben we al van zeilen geleerd?

23 december 2017

 Leren zeilen is ontzettend leuk. Maar heb je er wel eens over nagedacht dat je – onbewust- al heel veel van zeilen weet? De Nederlandse taal zit namelijk boordevol zeillessen. 

Nederland is een maritiem land. Al eeuwen geleden verliep bijna alles over zee. Denk maar aan de handel en oorlog. De Hollandse Vloot was berucht. Niet alleen waren Nederlanders door de eeuwen heen goede zeelui, ook bruggen en dammen bouw(d)en ze als de beste. Water en wind spelen dus een belangrijke rol in de Nederlandse cultuur en dat vinden we terug in onze taal. 

Een aantal uitdrukkingen spreken zo voor zich, dat we bijna vergeten hoe bijzonder ze eigenlijk zijn, zoals deze:

Het roer omgooien: Wanneer er storm komt of je een koers niet haalt, moet je op een gegeven moment misschien het roer omgooien. Deze term wordt ook gebruikt in het dagelijks leven als het je niet lukt iets voor elkaar te krijgen.  Op een dag denk je: ik moet het helemaal anders doen! Ik gooi het roer om!

Alle zeilen bijzetten: Om iets voor elkaar te krijgen, zal je regelmatig alle zeilen bij moeten zetten. En dat is niet zomaar een grootzeil en een fok. Deze uitdrukking stamt uit de tijd dat we voeren met enorme dwarsgetuigde schepen, die soms wel meer dan 30 zeilen hadden en die allemaal met de hand gehesen werden. Als jij in het dagelijks leven alle zeilen moet bijzetten, betekent het dus dat je er álles aan moet doen om je doel te bereiken. 

Je zult zien, op een gegeven moment gaat het je ‘voor de wind’. Die term komt ook van de dwarsgetuigde schepen: die varen namelijk het snelst op een voordewindse koers met hun grote rechthoekige zeilen!  

Maar er zijn ook woorden en uitdrukkingen waarvan we helemaal niet verwachten dat ze uit de nautische wereld komen. Wat dacht je bijvoorbeeld van deze: 

Op het nippertje: Het ”nippertje” is het achterste gedeelte van het achterdek. Vroeger (en nu vast ook nog..) sprongen de matrozen op het laatste moment aan boord en landden ze op dat nippertje. 

Kom jij ook altijd op het nippertje ergens aan? Als je hier een gewoonte van maakt, kan het zijn dat er van je gezegd wordt: met jou is ‘geen land te bezeilen’. Weer zo’n nautisch zinnetje. Oftewel: je maakt er een potje van. 

Achterbaks: je kent het vast wel. Mensen die iets achter je rug om doen. Een beetje gemeen zijn. Nou, ook dat woord stamt uit de tijd van de grote ‘zeezeilreuzen’. Zeilen was toen geen romantisch avontuur. Het leven aan boord was zwaar. Matrozen werden slecht betaald, raakten ondervoed en werden ziek of gingen dood. Ze leefden in de bak, het voorste gedeelte van het opperdek. Achter de bak konden ze dingen doen uit het zicht van de kapitein en officieren. 

Dit leidde soms tot misdrijven en dan werd de betreffende matroos gestraft. In ernstige gevallen werd iemand zelfs gekielhaald.  Dan werd de matroos drie keer onder de kiel van het schip getrokken. Eng he?

Dit artikel komt uit editie 1 van het Roerblad.

 

 

 

Copyright 2022 Pean |
Ontwikkeld door Convident